Recensie

Aan doodgaan dachten we niet

Door Guus Bauer, geplaatst op 19 maart 2017

thumbnail
Wat vooral opvalt aan het prozadebuut van Gerda Blees (1985), de verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet, is de sterke eenheid en het constante niveau van de tien verhalen. Ze getuigen stuk voor stuk van lef – de titel alleen al is een waagstukje, men zou zomaar een idee van somberte kunnen krijgen – en een goed inzicht in het intermenselijke gedonder. Goede bedoelingen, verkeerde interpretaties, het noodlot dat onverbiddelijk toeslaat, gevechten die niet te winnen zijn. Hoewel in elk verhaal, middels een veelbelovende, vooruitwijzende zinsnede aan het begin of een twist aan het einde, de dood of in elk geval de kwetsbaarheid van de mens wordt aan- dan wel afgekondigd, bruist deze bundel van leven. Van de betrekkelijkheid die gevierd dient te worden.

Blees is tevens een (slam)dichter en het ‘verschoven wereldbeeld’, de andere, originele blik op de medemens van de dichter is duidelijk merkbaar. Dat wil zeggen in de enscenering, niet in de taal. Ze heeft een bijzonder helder idioom, hetgeen tezamen met de subtiele spanningsbogen voor een enorme drive zorgt. Geen gezochte poëtica, haar zinnen beklijven door de onderliggende emoties, de achterliggende beweegredenen. De opbouw, de schijnbare achteloosheid van de schetsen en het lichtjes kantelen van de betekenis van de woorden doen denken aan de geslepen verhalen in England en andere verhalen van de Engelse schrijver Graham Swift (Lees dat boek!) en, dichter bij huis, aan de aanstekelijke werkwijze in de roman Noodweer van Marijke Schermer. (Idem.) De verhalen laten precies genoeg ruimte voor de lezer.

Kortverhalen kruipen in Nederland zo langzaam uit het verdomhoekje van de literatuur, mede ook dankzij de verhalenreeks van uitgeverij Podium. Een kwestie van onvermoeibaar goede sterrenstelsels onder de aandacht brengen. De verhalen in de constellatie van Blees zijn elk op zich, ja, zonder een enkele uitzondering, zogezegd rond als een planeetje. Het is verduiveld moeilijk om op de korte baan, soms maar in tien pagina’s, een geloofwaardige wereld neer te zetten, een kroniek van een leven. Je weet wanneer verhalen krachtig zijn, als je het idee hebt dat uit elk van hen apart een roman, of op z’n minst een novelle gewrocht zou kunnen worden. Maar tegelijk weet je dat de aangekaarte emotie – uiteraard ontdaan van elk sentiment – eigenlijk niet meer woorden nodig heeft.

De verteller in Zomerkroos, die een jongetje een gedeukt pingpongballetje achterna ziet springen, grijpt niet in, observeert alleen maar. Een symbool voor de nutteloosheid van het teweerstellen tegen het lot. In Naar het Oosten gaan twee mannen en een vrouw met een auto op een escapismetocht naar Verweggistan, allereerst maar eens naar Oost-Europa. Een driehoeksverhouding, maar wat weten ze eigenlijk echt van elkaar? Wie loopt er blauw aan en waarom in Blauw, blauw. Een verhaal met een hoog Roald Dahl-gehalte, met een fijn halsstarrig einde. Blees schrijft niet onnodig uit, maar lijdt daarnaast niet onder de ‘Hollandse ziekte’. Er gebeurt echt van alles.

Het therapeutische ouderpaar in Jonathan kiest zijn ellenbogen is dermate jargon-technisch doorgedraaid dat ze hun eigen kind niet echt goed meer kunnen lezen. Ze liggen in scheiding, het knaapje is de dupe, roept de hulp in van oma. De ongeïnteresseerdheid van de oma wordt mooi geïllustreerd door het feit dat ze de telefoon op de luidspreker zet en verder kijkt naar haar lievelingsspelletje op tv. Het knaapje roept op gruwelijke wijze de instanties te hulp. Dat mag je althans bij het open einde concluderen. In Kleine mis duikt de pure observator weer op. Het is een viering van ‘wat had kunnen zijn’, van ‘dit nemen ze me niet meer af’. Het veilige vaarwater, ‘voor altijd veelbelovend.’ Over de dood heen.

In Op reis is de verteller een achtergelaten moeder, of beter een verdwenen moeder. Op zich een niet zo ongewoon gegeven, er wordt heel wat afgevlucht in het leven, en dus ook in deze bundel, maar het zit allemaal net iets anders. Beelden die als tektonische platen tegen elkaar aan schuren. In Vliegtuigstrepen wil een man eindelijk weer eens wat voelen en gaat daartoe maar een op een spoortje liggen ergens in een uithoek van Groningen. Hij wil zo min mogelijk mensen tot last zijn. Alle verhalen hebben een zekere aanstekelijkheid, maar hier komt welhaast een Hrabaliaanse humor om de hoek kijken. ‘Ongemak is ook een gevoel.’ In Echt vakwerk komt een jonge vrouw naar haar ouderlijk huis om te berichten dat ze stopt met haar studie. Wat een snerpende schets van een generatieconflict.

Ook bij gelijke monniken heb je er een met een net iets grotere, mooiere kap. Diepte zien is een meesterproef, herbergt parallellen, maakt optimaal gebruik van het inzicht van het hoofdpersonage, letterlijk en figuurlijk. De vrouw is als jongvolwassene een keer aangereden, dacht dat ze dood zou gaan, maar moest alleen het licht in een van haar ogen missen. Lastig voor iemand die schildert en schilderkunst onderwijst. Maar ze buigt haar handicap om tot een voordeel. Uiteindelijk loopt het toch anders af dan gedacht. Haar werkelijkheid is anders dan wat men over de dood heen over haar zal denken.

Regen en geen regen sluit deze verzamelaar af. Een echtpaar in sleur, wacht onder de luifel op de dood van een van hen, maar vooraleerst is het slechts een wat-als-komedie. Aan doodgaan dachten we niet, verzucht de vrouw na het plotsklapse verscheiden van de man. En zo is de verzamelaar van Blees het klokje rond. Bij een dergelijk sterke bundel als Aan doodgaan dachten we niet zou je eigenlijk elk verhaal afzonderlijk uitgebreid dienen te bespreken. Vandaar deze samenvatting aan het einde. Ga zo door initiaalgenoot!

Aan doodgaan dachten we niet is uitgegeven door Uitgeverij Podium.

Nieuwe uitgave

Martin Michael Driessen: Liefde

Redactie, geplaatst op 18 maart 2017

MMDriessen-Liefde-120x180
Liefde
bevat een viertal brieven van Martin Michael Driessen – hij won met de bundel Rivieren afgelopen jaar de ECI-prijs – gericht aan zijn zoontje David dat in zijn eerste levensjaar overleed, aan zijn ex-geliefde Gisela, aan de hond Jack met wie hij zestien jaar samenleefde en aan zijn bijna honderdjarige moeder. Marlies Visser ontwierp de paginaversiering. De tekst werd gezet uit een oude Script en uit de Albertus. Het boekje werd gedrukt in een oplage van honderd exemplaren, bij de Hof van Jan.

Nieuwe uitgave

Hermans een gemankeerde filosoof?

Redactie, geplaatst op 14 maart 2017

65_hermans
Uit het verhaal De elektriseermachine van Wimshurst blijkt zonneklaar dat de eerste liefde van Willem Frederik Hermans de wetenschap was. Hij koos voor de geologie, promoveerde, publiceerde de studie Erosie en werd lector fysische geografie aan de Universiteit van Groningen. Hermans ontwikkelde zich allengs tot schrijver van een rijk oeuvre. In een aantal romans en vooral in zijn essays bleek bovendien zijn passie voor de filosofie. Hij was behoorlijk belezen in de wereld van Nietzsche, maar vooral intrigeerden hem de gedachten van Ludwig Wittgenstein. Hij vertaalde diens hoofdwerk Tractatus logico-philosophicus en essayeerde driftig rondom diens ideeën.

De vele Hermansvorsers hebben het filosofische aspect van zijn werk weliswaar belicht, maar de wijze waarop zij dat deden, ging toch mank aan het euvel dat ook Hermans parten moet hebben gespeeld. De romancier en essayist bleek namelijk niet echt geschoold in de filosofie, een manco dat hem de grote denkers talloze malen heeft doen misverstaan. Een vakfilosoof brengt ons deze feilen onder ogen.

Rainer Erich Scheichelbauer, in 1977 geboren in Wenen, combineerde zijn studie filosofie met het bijvak Nederlands en dat maakt hem tot een ideale gids. In Willem Frederik Hermans als filosoof toont hij aan dat Hermans’ denken in wezen nietzscheaans is, met desondanks een grote eerbied voor de wetenschap. De stellingen van Wittgenstein gebruikt Hermans om Nietzsche en wetenschap te verzoenen, niet begrijpend dat die zich daar niet voor lenen. Maar hij had ze kennelijk nodig voor zijn polemiek met vermeende vijanden, vakfilosofen in het bijzonder.

Willem Frederik Hermans als filosoof wordt uitgegeven door Huis Clos.
De boekpresentatie is op 30 maart om 17.00 uur bij Boekhandel Scheltema in Amsterdam. Scheichelbauer komt er voor over uit Wenen.

Nieuwe uitgave

Een bericht van Uitgeverij Passage

Redactie, geplaatst op 12 maart 2017

Vier nieuwe titels zijn de afgelopen tijd verschenen bij Uitgeverij Passage: De doos van PassageDe Hobbyrock Encyclopedie, jl. en Palet van Groningen.

De doos is KLAARDe doos van Passage
Waarom bescheiden doen met poëzie, dacht Uitgeverij Passage en publiceerde afgelopen jaar dan ook liefst tien dichtbundels gelijktijdig. Die zijn los te koop, maar ook verzameld in een bijzonder fraaie cassette getiteld ‘De doos van Passage’.

In De doos van Passage zit een bloemlezing hekeldichten, het debuut van Pauline Sparreboom en nieuwe bundels van Daniël Dee, Paul Gellings, Karel ten Haaf. Renée Luth, Ronald Ohlsen, Diana Ozon, Irene Wiersma en Willem Jan van Wijk. De dichters en de doos zijn op tournee geweest door het land.

Omslag Hobbyrock def 2-page-001De Hobbyrock Encyclopedie
De Stichting Hobbyrock verzorgt filmpjes, cd’s en een tijdschrift voor de allround-denker. Tot het gezelschap behoren onder anderen Meindert Talma, Nyk de Vries en het fenomeen dat zich Kesanova noemt. De leden van het gezelschap hebben overal verstand van, en hebben nu een handboek vol subjectieve kennis uitgebracht onder de titel De Grote Dikke Hobbyrock Encyclopedie, Deel 1, ABC.

Dit is een boek voor de liefhebbers van absurdistische humor à la Monty Python en Jiskefet. Dit dikke, rijk geïllustreerde naslagwerk behandelt meer dan 350 onderwerpen. Deze onderwerpen maken de lezer enthousiast voor een wereld die ook de zijne kan worden. 

Anjet Daanje -JL_DEFRoman vol hedendaagse geschiedenis
Waar was je toen John Lennon werd vermoord, of toen een vliegtuig in de Bijlmer neerstortte, of toen de Berlijnse Muur viel? Anjet Daanje kiest een aantal belangwekkende data uit de hedendaagse geschiedenis waarop ze haar verhaal laat spelen. In deze familiegeschiedenis zet ze de vraag centraal hoe je het verleden kun vertellen, en hoe dat steeds ook weer verandert. Het verleden blijkt net zo veranderlijk en onzeker als de toekomst.

Een neef en een nicht groeien tegenover elkaar in een dorp op. Zij onderhouden een levenslange vriendschap. In hun familiegeschiedenis speelt zich steeds op een bepaalde dag iets veelomvattends af. Die dingen bepalen hun levensloop, met dramatische gevolgen.

In een schrijfstijl die het midden houdt tussen spreektaal en poëzie weeft Anjet Daanje op ingenieuze wijzen heden en verleden, kleine en grote gebeurtenissen dooreen tot deze zeer indrukwekkende roman. De titel jl staat zowel voor jongstleden al voor de initialen van het nichtje: Juno Linnaarts.

PALET OMSLAGAlles over Groningen
Van schilder, schrijvers en sporters, van Euroborg tot Eurosonic, van Groninger Museum tot het hoofdkantoor van de Gasunie, van een toilet van Rem Koolhaas tot de Martinitoren, van Aletta Jacobs tot Hendrik Werkman, van ranja tot Bosatlas: Palet van Groningen is een boek bomvol smakelijk gepresenteerde informatie over de stad Groningen.

Palet van Groningen presenteert ruim 220 hoogtepunten van de stad Groningen op de gebied van geschiedenis, kunst en cultuur. De rijkdom die de stad herbergt en die uit de stad voorkomt wordt hier in alfabetisch gerangschikte verhalen verteld, waarbij elk verhaal ook nog een zijlijn kent. Rijk geïllustreerd.