Nieuwe uitgave

Bas Verberk – Masked Warriors: The Battle Stage of the Samurai

Redactie, geplaatst op 25 februari 2018

Masked Warriors geeft een nieuw perspectief op de interpretatie van vorm, functie, en betekenis achter Japanse harnasmaskers. De diversiteit en connecties tussen bestaande maskerdisciplines, voornamelijk de nō maskers, laat ons zien dat de Japanse harnasmaskers een integraal deel uitmaken van de Japanse maskercultuur. Dit onderzoek van Bas Verberk toont ook aan dat de nō maskers een grotere invloed hebben gehad op de ontwikkeling van Japanse harnasmaskers dan voorheen werd gedacht.

                               

Dit boek toont een uitgebreide weergave van artefacten die de Japanse daimyō samoerai cultuur en haar connectie met het nō-theater laat zien. De weergegeven objecten in dit rijk geïllustreerde boek zal niet alleen wapens en harnassen omvatten, maar ook nōgaku gewaden, kostuums, maskers, instrumenten en schilderingen.

Uitgever: Leiden University Press
IBSN:
 9789087282905

Pages: 288
Format: Paperback
Published: December 2017
Language: English
Price: €34,50

Onder andere verkrijgbaar bij Bol.com

Nieuwe uitgave

Anna Püschel – Layers of Reality: Perception Study of a Synaesthete

Redactie, geplaatst op 23 februari 2018

Layers of Reality is zowel een persoonlijk als een semi-wetenschappelijk onderzoek naar synesthesie. Anna Püschel, zelf een synestheet, neemt kleuren waar als ze naar beelden kijkt. Met dit onderzoek bevraagt ze haar voorstelling van de werkelijkheid. Met behulp van een grote databank aan beelden onderzoekt ze de oorsprong, consequentie en subjectiviteit en probeert ze een antwoord te geven op de vraag: ‘Ben ik gek?’

Synesthesie (‘vermenging van de zintuigen’) is een neurologisch fenomeen waar stimulatie van één zintuig of cognitieve verbinding leidt tot automatische en onwillekeurige waarnemingen bij een tweede zintuig of cognitieve verbinding. Langdurig beschouwd als een neurologische afwijking, beweren steeds meer wetenschappers dat synesthesie een perfect normaal fenomeen is en dat veel mensen op de een of andere manier synesthetische reacties ervaren.
Sommige mensen proeven bijvoorbeeld de woorden die ze uitspreken, zien kleuren als ze naar muziek luisteren of ruiken de stemmen van de mensen om hen heen. Er zijn eindeloze combinaties. Bij ongeveer 7% van de bevolking wordt verondersteld dat ze sterke synesthetische reacties ervaren. Mensen die een levenslange geschiedenis van dergelijke ervaringen melden, staan bekend als synestheten.

“Zolang als ik mij kan herinneren, voel ik in kleuren. De laatste jaren ben ik meer en meer geïntrigeerd geraakt in dit fenomeen, vooral omdat het onmogelijk leek om uit te leggen hoe ik voel. Ik vond de wetenschappelijke terminologie hiervoor: synesthesie.”
– Anna Püschel

Er is weinig bekend over de oorsprong van synesthesie. Er wordt gesuggereerd dat het zich tijdens de jeugd ontwikkelt wanneer kinderen voor het eerst worden blootgesteld aan abstracte concepten.

Met een introductie over synesthesie door Sam Beekhuizen, MSc (onderzoeker psychologie) en essay’s door Dr Erika Schippmann (psycho-analist), Olympia Colizoli, PhD (neuro-wetenschapper) en Alexandra Spaeth, MA (filosoof)

Uitgevrij: The Eriskay Connection
170 × 240 mm | 256 p |
softcover met Amerikaanse stofomslag |
vierkleuren-offset | EN

oplage: 750
ISBN: 9789492051295
Prijs: € 30.00
Onder andere te verkrijgen bij Bol.com

Nieuwe uitgave

Georges Bataille – Het kleintje

Redactie, geplaatst op 21 februari 2018

Bataille koos als pseudoniem Louis Trente: Lodewijk XXX, een combinatie van de glorieuze Zonnekoning Lodewijk XIV en de geguillotineerde Lodewijk XVI. Pas een jaar na de dood van Bataille verscheen het obscene werk onder zijn echte naam bij de uitgever Pauvert in Parijs.

De vijfdelige tekst is in een weerbarstige, fragmentaire stijl geschreven. Bataille wilde ook hier regels doorbreken. In het begin van zijn tekst L’anus solaire (De aars van de zon, 1931) staat te lezen: ‘Het is duidelijk dat de wereld zuiver parodistisch is, dat wil zeggen dat elk ding dat je beschouwt de parodie is van een ander ding of van hetzelfde ding in een bedrieglijke vorm.’ Die uitspraak onthult zowel het mechanisme van de metafoor, die het ‘gewone’ spreken vervormt, als dat van de perversie, die de ‘normale’ seksualiteit lijkt te bespotten.

Uitgegeven door Uitgeverij Vleugels
Vertaling: Paul Claes
48 pagina’s
ISBN 978 90 78627 43 3
€ 19,45; te verkrijgen bij Uitgeverij Vleugels

Recensie

Frits Marnix Woudstra – Melancholicaman

Guus Bauer, geplaatst op 20 februari 2018

In de hechte verzameling miniaturen, met de (bijna) allesomvattende titel, beschrijft Frits Marnix Woudstra (1956) in een van de stukken zijn vader die woorden verbastert, elastisch met de taal omgaat. Woudstra heeft die eigenschap duidelijk geërfd. Niet dat hij letterlijk aan woorden knutselt, maar in de zin dat hij soepel schrijft, met een zekere veerkracht. Het voelt alsof je een precies passend elastiekje om je pols hebt. Het is aanwezig, knelt de huid maar een beetje af, maar wanneer je het afdoet, blijft er een striempje achter. Je mist het, terwijl er nog een duidelijke indruk is achtergebleven. Literatuur die past, die je aanraakt, die beklijft, gesterkt door zorgvuldig taalgebruik. Het kleine geluid met een welluidende echo.

Je proeft er de twijfel uit van de echte schrijver. Zijn deze gebeurtenissen, deze herinneringen wel van waarde voor derden, roep ik ze niet op vanuit een hang naar valse nostalgie? Een zalfje voor de dood. Het trachten te laten herleven van de tijd, van de dode dingen. Zoals in Wirwar op geestelijk niveau:

…de herinnering wil ontroerende momenten soms een extra gouden glans geven, zodat ze haast op zichzelf komen te staan. Als je niet oppast, zit je op een gegeven moment met een fantasie-herinnering, door jezelf bedacht door memorie op memorie te stapelen.

Dat is toch inherent aan het herinneren, het geheugen de oplichter bij uitstek. Maar ergens is dat ook mooi. Is dat het schaven, het verfijnen tot er een nagenoeg perfect verhaal ontstaat, zoals in de orale traditie. Van de ‘Indië-schrijfster’ Maria Dermoût – mag ik tussendoor even haar Verzameld Werk aanraden, met gloedvolle titels als Nog pas gisteren, Spel van tifa-gongs, De tienduizend dingen, De juwelen haarkam, De kist, De sirenen en Donker van uiterlijk – haalt Woudstra een cruciaal zinnetje aan, wel degelijk ook toepasbaar op zijn eigen werk. ‘Zij moest tijd hebben dit alles te verliezen.’ Zodat je er als schrijver nog net aan kunt vastklampen, met distantie. Het zorgt in dit geval voor rust in de teksten, zonder dat het ook maar een moment saai of gezapig wordt. Woudstra vergelijkt de zin van Dermoût met een flageolet-akkoord. Daar valt wat voor te zeggen. De lichte aanraking van de snaren die desondanks voor een intense trilling zorgen. Een moment een onaardse diepte opent.

De ingetogenheid van de vertellingen van Woudstra zorgt voor de aangename pretentieloosheid van dit zelfonderzoek. Ja, de melancholie druppelt als olie van de pagina’s. Maar het is een eerste, zuivere persing. Je zou het kunnen kwalificeren als ‘geschreven met een lichte toets’. Maar daarmee doe je Melancholicaman echt te kort. Hier is iemand aan het werk die de ogen openhoudt, die nieuwsgierig is naar de wereld, zich bewust is van de waarde van de afkomst. Het geheel krijgt door deze benadering iets fris, iets nieuws, de anekdotiek ver voorbij.

Het is in zekere zin een in memoriam voor een bepaalde tijd, maar door het menselijke element, het doorleefde in combinatie met de terughoudendheid, tegelijk tijdloos, tja, universeel. Welke jongen heeft niet een keer voor de scheerspiegel van zijn vader gestaan, een beetje scheerzeep op de melkmuil gekwast en, op veilige afstand, met het vlijmscherpe mes een scheerbeweging gemaakt? Het is een initiatieritueel. De wens om de volwassenenwereld te betreden. Iets waarop de schrijver later terugkijkt, wanneer hij weer reclametechnisch wordt geconfronteerd met de nieuwste scheermode. De verkoophysterie die een mens dwingt om innovaties te kopen.

Wat is er mis met een goed werkend apparaat, waarom moeten we in een steeds rapper tempo consumeren? Vooruitgang is niet altijd verbetering. Het personage Woudstra struint de markten af voor een houder voor zijn Wilkinsonmesjes. FX Performer, een moderne naam zou je zeggen, maar toch al lang vervangen door de diamanten serie. Het mannetje op de markt is weg. Er volgen ‘stroperige dagen’ waarin af en toe – prachtig als een drugsverslaafde met een missend attribuut – een pakje scheermesjes wordt gescoord. Uiteindelijk is de man een tevreden, gladgeschoren man. Die waar anderen hun golfijzers koesteren, zijn verzameling scheerijzers met genoegzaamheid beziet. In dat klein, persoonlijk moment schuilt de ontroering.

Juist die sprekende details leggen het groter geheel bloot. Zijn goed op elkaar afgestemde miniaturen zijn voetstappen op – om even een van zijn titels te lenen – de promenade van het verleden. Het is het optimaal benutten van je ervaringen, herinneringen. Omdat je toevallig nu eenmaal alleen dat leven hebt om uit te putten. Het is het inzetten van je autobiografie tot algemeen nut. De observator die je de welbekende spiegel voorhoudt, en die daarbij zijn eigen evenbeeld niet ontziet. Woudstra beziet zijn junger ego met heerlijk verpakte zelfspot. Bijvoorbeeld in een gedenkstukje aan een hartsvriend. ‘Een jongen met uitgesproken meningen, maar zo leuk en zachtaardig dat je helemaal niet doorhebt met een “lastig” personage van doen te hebben.’ Woudstra weet ook wel dat hij toen zelf een ‘jongeman van stijgende importantie’ was, de bluf van de jeugd. Het stuk is tegelijk erg liefdevol. Grappig, met realistische terugblik vanuit het heden. De wenende componist laat wederom een heel menselijke Woudstra zien.

Ook fijn dat Anton Korteweg, de dichter en voormalig directeur van wat toen nog het Letterkundig museum heette, voorbij komt. Een extra dimensie voor iemand die hem kent, maar daarnaast eenvoudigweg een fijne schildering van een ontmoeting met een heer op een racefiets.

Het tweede gedeelte van het boek, Korte berichten uit het hiernamaals, grijpt terug op de dood van de zoon, is directer, doorregen met pijn. ‘Moet ik oefenen in stil zijn, in niet delen en geruisloos verder leven…’ Bij het checken van de voorraden in het buitenhuis, stuit de schrijver op een pak gevulde dolma’s, ver over de tijd. Hij besluit het te koesteren want de productiedatum is die van de dag van de dood van zijn zoon. Dat komt door de alledaagsheid bikkelhard binnen.

Woudstra keert vaak terug naar het Twentse land, weet de melancholie van zijn geboortestreek, nu ja, met enkele streken neer te zetten. Zeer herkenbaar voor ondergetekende, een Amsterdamse zoon van een jong overleden Enschedese vader. Maar evengoed weet de schrijver de Amsterdamse Magere Brug te typeren als een positief breekpunt. Woudstra weet elementen goed te isoleren. Zoals je bij een song ineens de pianopartij kunt afzonderen, zonder het nummer uit het gehoor te verliezen. In het na een reisreprise opgenomen nawoord vertelt Woudstra over de eerste melancholicus in hem, als jongeling gitaarspelend in een maisveld na de dood van zijn vader. ‘De supersnelle, door tijdsbarrières reizende oproepkracht.’ Bij somberte steeds weer in dienst van de schrijver. Een goede wandeling gewenst aan de hand van de Melancholicaman.

Het boek is uitgegeven door Babel en Voss Uitgevers.
Onder andere te koop bij bol.com.