Recensie

Fotografie als kunst

Door Jan Dietvorst, geplaatst op 15 januari 2017

Flusser-Een-filosofie-van-de-fotografie-thumb
Zoals bekend ging Andy Warhol voor zijn gedroomde loopbaan als beeldend kunstenaar bij zelfbenoemde en gecertificeerde art directors te rade. Hij vroeg MoMA curator Henry Geldzahler op de man af wat hij van twee versies van hetzelfde onderwerp – een colafles – vond en bepaalde op grond van het antwoord zijn werkwijze als schilder. Warhol was zeer succesvol als illustrator in de reclame maar de roem van kunstenaars als Truman Capote en Jackson Pollock oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hem uit. Van Andy Warhol zelf weten wij bijna niets, bij vragen van een interviewer hield hij zijn mond en verwees vrijwel direct naar een van zijn sterren in opleiding die toevallig naast hem zat. Ging het hem om de status van kunstenaar of was de nabijheid van celebrities hem genoeg?

In de elfdelige reeks Kunstkritiek in Nederland 1885-2015 verscheen onlangs Tussen kunst en document / Fotografiekritiek in Nederland 1980-2015. Kan de fotograaf kunstenaar zijn?, is een van de dringende vragen die volgens de samenstellers van deze bloemlezing van kritieken de emancipatie van de fotografie begeleidde. Terugkijkend op deze periode van 35 jaar lijkt de vraag naar de kunststatus van de fotografie alleen al op grond van objectiveerbare criteria een uitgemaakt zaak. Er kwamen in het genoemde tijdvak in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam galeries en musea voor fotografie. Er verschenen fototijdschriften en specifieke uitgeverijen. Er zijn beurzen zoals Unseen, Paris Photo en offprint. Vintage foto’s halen indrukwekkende veilingresultaten. Er zijn pretenties, aanspraken, reputaties en mythes omtrent foto’s en hun makers. De fotografie heeft met andere woorden al lang de mediamieke, economische en institutionele kenmerken van de beeldende kunsten overgenomen.

Samenstellers Frits Gierstberg (curator Nederlands Fotomuseum Rotterdam) en Anne Ruygt (conservator fotografie Stedelijk Museum Amsterdam) hebben bij de keuze van deze 31 teksten de statusangst van de fotograaf terecht gemarginaliseerd. Zij schrijven in de uitstekende inleiding van het boek: ‘De discussie over de betekenis en positie van de fotografie binnen de beeldende kunst loopt als een rode draad door de geschiedenis van de fotografiekritiek. Het is echter niet het enige thema geweest en vanuit maatschappelijk oogpunt gezien misschien ook niet het meest relevante.’ In het boek blijkt dat deze meest afbeeldende of representatieve van de kunsten uiteenlopende publicisten om allerlei al even uiteenlopende redenen heeft gefascineerd.

Een foto’s maakt zich nooit los van haar bron, namelijk de werkelijkheid waarin wij dagelijks rondkijken en rondlopen. Het zogenaamd vergelijken van de foto en haar model is een vaardigheid die elk mens al vanaf zijn vroegste jeugd ontwikkelt. Het beeld is namelijk alom tegenwoordig. Daarnaast wordt de activiteit van het fotograferen steeds minder specialistisch en meer algemeen, je zou daarom kunnen stellen dat de fotografie geen kaste van critici nodig heeft. Want kernachtig samengevat: in de kunst gaat het over goed versus slecht, maar deze criteria zijn nauwelijks op fotografie toepasbaar. Foto’s zijn eventueel minder veelzeggend, maar slecht zijn ze niet.

Hans Aarsman – ex fotograaf, schrijver, theatermaker, curator – heeft de artistieke en exclusieve pretenties van de fotografie altijd bestreden, Met zijn aansprekende en laconieke stijl heeft hij zowel professionals als liefhebbers geleerd vrij van ballast naar dit bastaardkind ‘tussen kunst en document’ te kijken. Zijn bijdrage aan het boek komt overigens niet onverwacht, zijn komst werd al aangekondigd in literaire bijdragen van schrijvers van uiteenlopende denominaties als Jan Willem Otten, K.Schippers, Rudy Kousbroek, Dirk van Weelden, Peter Delpeut en Roel Bentz van de Berg. Voorts zijn er teksten van onder andere een socioloog (Warna Oosterbaan), een slavist /ICT-er / business consultant (Melchior de Wolff), een jazz recensent (Martin Schouten) en een kunstenaar (Pam Emmerik). In feite is de kunstkritiek in dit boek sterk onder vertegenwoordigd. De erudiete bijdrage van Mariëtte Haveman is in deze bloemlezing zo ongeveer de enige die je min of meer als fotografiekritiek aan zou kunnen duiden. De grote kwaliteit van dit boek is zeer met de brede kijk van de samenstellers op het verschijnsel verbonden.

Het is zelfs merkwaardig om in deze bloemlezing een tekst van Dominic van den Boogerd over een hardcore beeldend kunstenaar als Jeff Wall aan te treffen. Het is namelijk verdedigbaar dat hij net zo min als scenografen en iconoclastische beeldbewerkers als Cindy Sherman, Andreas Gursky, Thomas Ruff (en ook Andy Warhol) een fotograaf te noemen is. Hun werk heeft niets van de foto als zijnde een ‘gelukkige lichtflits’. Het stinkt als het ware niet naar dat lastig te definiëren maar evengoed feilloze intuïtieve besef van datgene waarvan wij zeggen dat het ‘de werkelijkheid’ is.

Voor deze kunstenaars is het fotoapparaat bij wijze van spreke eerder gereedschap dan een expressiemiddel. De fotoafdruk is als materieel substraat slechts het allerlaatste aspect van een artistieke bezigheid en niet het residu van een ‘toevallige’ situatie met daarin het zeer korte ogenblik ‘waar het op aan komt’. Het gebruik van het medium door kunstenaars sluit eerder aan bij Vilèm Flussers reductionistische definitie van de fotograaf als ‘functionaris’: degene die de protocollen uitvoert die immanent zijn aan het toestel en de werking ervan.

Machinekunst of niet, fotografie is uit de aard der zaak een fenomeen. Zij is veranderlijk, alomtegenwoordig, adaptief, veelvormig, bevattelijk, toegankelijk. Deze hybride raakt bekneld als deze exclusief – uit ambitie of jalousie – tot kunst geformatteerd wordt. Susan Sontag heeft het over ‘ de meest surrealistische van de kunsten’. In haar briljante boek On Photography (1977) noemt ze foto’s onder andere ‘melancholieke objecten’. De tekst van Jan Willem Otten in Tussen kunst en document waarin hij de pasgeboren baby van de beroemde Benneton Poster laat reflecteren op haar eerste portret is een sprekende toepassing van Sontags fenomenologie van de fotografie. Foto’s zijn nabij, dat komt niet in de laatste plaats omdat wij er zelf meestal op staan.

Tussen kunst en document / Fotografiekritiek in Nederland 1980-2015, Frits Gierstberg en Anne Ruygt, nai010 uitgevers.

Een filosofie van de fotografie, Vilèm Flusser, uitgeverij IJzer

Over Fotografie, Susan Sontag, uitgeverij De Bezige Bij

Nieuwe uitgave

Is u bekend met het alfabet?

Redactie, geplaatst op 14 januari 2017

9789059374638.pcovr.01.isubekend.indd
In veel opzichten doet Athenaeum Boekhandel denken aan de Bibliotheek van Babel uit het beroemde, gelijknamige verhaal van Jorge Luis Borges. Er zijn veelhoekige kamers, geheime galerijen en verborgen balustrades, met een boekenhoeveelheid die alles lijkt te omvatten wat ooit is geschreven.

Dit boekenheelal bestaat vijftig jaar. Om dit heugenswaardige feit luister bij te zetten reisde Joris van Casteren als een postmoderne Borges rond in de legendarische boekhandel op zoek naar verhalen en mythes. Hij sprak met vaste bezoekers, schrijvers, uitgevers en verkopers, spitte de ontstaansgeschiedenis door en reconstrueerde de tumultueuze beginjaren.

Is u bekend met het alfabet? is niet alleen de biografie van een boekenpaleis, maar ook een verhalentheater waar alle liefhebbers van karakteristieke boekhandels graag in zullen ronddwalen.

Joris van Casteren schreef onder meer de enthousiast ontvangen boeken Lelystad (2008), Het zusje van de bruid (2011) en Het been in de IJssel (2013) en Het station (2015).

Is u bekend met het alfabet? Verhalen uit een boekhandel is verschenen bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen.

Nieuwe uitgave

Vlekken

Redactie, geplaatst op 8 januari 2017

voor_01_large
Op 22 januari wordt in Museum Boijmans van Beuningen The Living Surface van Lizan Freijsen gepresenteerd. In het door Jap Sam uitgeven boek zijn circa 500 door de kunstenaar gevonden vlekken beschreven en gearchiveerd. Lizan Freijsen heeft met haar jarenlange vorm- en kleurstudie van ‘de vlek’ een indrukwekkend alternatief biologieboek geproduceerd.

The Living Surface, met bijdragen van Ed van Hinte, Hanneke Gelderblom en Lizan Freijsen. Ontwerp Studio Renate Boere, uitgever Jap Sam Books, 256 pagina’s. De presentatie in Boijmans van Beuningen Rotterdam op zondag 22 januari is van 15.00 tot 17.00 uur.

 

Recensie

Echo’s van Egon

Door Jan Dietvorst, geplaatst op 6 januari 2017

thumbnail_IJsvogelcover
Volgens bepaalde opvattingen in de gezondheidszorg zoekt elke zoon levenslang de waardering van zijn vader. Acht jaar na zijn dood legt de zoon van Egon Woudtra met het boek Echo’s van Egon zijn proeve op tafel. Frits Marnix Woudstra (Enschede, 1956) roept in vindingrijk geschreven herinneringen aan eenvoudige gebeurtenissen een waarachtig beeld van zijn verwekker op. Die gebeurtenissen lijken relatief schaars, de vader was in het leven van de zoon eerder een ver verwijderde bloedverwant dan een vader in gebruikelijke dagelijkse nabijheid.

Frits was zes jaar toen Egon het huis verliet. Het schaarse dat daarna gemeenschappelijk werd kwam onder het vergrootglas van de biograaf te liggen. Egon had een modezaak in Enschede, maar bracht de weekenden door in Amsterdam waar hij op de Stadionweg een kamer had gehuurd. In het boek staat een foto waarop hij voor Literair Cafe De Engelbewaarder op de Kloveniersburgwal staat te vissen. Op bezoek bij zijn vader onderhield die hem over de exacte temperatuur van een glas Guinness of de wijze waarop je een kop thee van het Engelse merk PG tips moest zetten.

Egon wordt geportreteert met vaste gewoonten en staande uitdrukkingen. Met veel aandacht voor het binnen families gebezigde taaleigen jargon worden de intieme relaties trefzeker weergegeven. De zoon blijkt wat beeldspraak betreft als even creatief als de vader het was. Frits Woudstra heeft daarbij een goed gevoel voor details van details en weet ze als schrijver tot een volledig aandoend beeld van deze levensgenieter, Engelandvaarder, Modekoning tegen wil en dank en grote afwezige om te zetten. Op deze manier beschreven en verbeeld wordt elk mensenleven – ook dat van volslagen onbekenden – aangrijpend en groots.

Echo’s van Egon van Frits Marnix Woudstra kwam uit in de reeks IJsvogelboekjes in een ontwerp van Piet Schreuders.